De Wagenstraat door de eeuwen heen
De Wagenstraat is door de eeuwen heen altijd een belangrijke verkeersader voor Den Haag geweest. Het was in een ver verleden ook de weg naar Delft. Dit is waarschijnlijk ook de reden waarom de straat een band heeft met migranten. Het was een centrale plek voor handel. De Wagenstraat dankt zijn naam aan de vele wagens die hier af en aan reden. Uit het boek Ik had een neef in Den Haag van Annemarie Cottaar blijkt dat de straat voor veel migranten een belangrijke ontmoetingsplek was.
Van Joodse buurt tot Chinatown
Tot de Tweede wereldoorlog was de Wagenstraat het hart van de Joodse buurt. Tegenwoordig is het Joodse verleden nauwelijks terug te vinden in de buurt. Alleen de in 1982 tot moskee omgebouwde synagoge herinnert ons nog aan het joodse verleden. In deze buurt is langzamerhand de Haagse Chinatown tot bloei gekomen. Dit wil echter niet zeggen dat de Chinezen recent pas in Nederland zijn. Uit het gemeentelijke archief blijkt dat er al in het begin van de twintigste eeuw Chinezen waren die in en rond de Wagenstraat in een van de vele pakhuizen woonden. Deze Chinezen waren handelaren uit de Chinese provincie Zhejiang en zeelieden van Kantonese afkomst. De handelaren reisden vaak door heel Europa om hun waren aan de man te brengen. Er wordt beweerd dat zij te voet vanuit China naar Europa kwamen. Dit valt helaas niet meer te achterhalen. Het is echter wel bekend dat er Chinezen waren die te voet de Nederlandse grens overstaken. Aziatische zeelieden kwamen hier aan wal door hun zeereis, maar ook omdat de Nederlandse havens Chinese arbeiders gingen werven.
Pindachinees
Tijdens de recessie van de jaren dertig verloren de arbeiders hun banen in de havens en om toch aan inkomsten te komen werd bedacht om pindakoekjes te verkopen. Zo stond er op de hoek van de Wagenstraat bij de Bijenkorf en op de Grote Markt een echte ‘pindachinees’ zoals men in de volksmond werd genoemd. Het volk had sympathieke gevoelens tegenover deze magere en arm uitziende Chinezen, maar de overheid zag deze handel als een vorm van bedelen. Bovendien waren ze bang dat het niet hygiënisch was en dat de Chinezen ziektes met zich meedroegen. Om dit probleem op te lossen besloot de overheid deze Chinezen op te pakken en te deporteren naar hun vaderland. Er zijn twee ironische zaken aan dit beleid. De Chinezen werden voor hun deportatie gefouilleerd en wat bleek... dat zij helemaal niet zo arm waren als men dacht. Het opgespaarde geld hadden ze namelijk verstopt in hun kleren of schoenen. Hoewel deze deportaties tot in de jaren vijftig plaatsvonden is het opmerkelijk dat de Chinezen tijdens de bezetting met rust werden gelaten door de Duitsers.
Na de tweede wereldoorlog was dekolonisatie een wereldwijde trend. Toen Nederlands Indië en Suriname onafhankelijk werden, besloten de Chinezen die daar leefden naar Nederland te komen. Zo ontstond het typische Nederlandse Chinees-(Surinaams)-Indische restaurant. Uiteraard haalden de gevestigde Chinezen ook hun familie uit China. Tegenwoordig komen veel Chinese jongeren naar Nederland om te studeren. De Chinese migranten bestaan dan ook uit diverse bevolkingsgroepen en zij vormen geen homogene groep. Wat hen echter wel tot elkaar brengt is de cultuur. Uiteraard is Chinatown daar een onderdeel van.